Communiceren is altijd zeer belangrijk geweest voor de mens. Communicatie over grote afstanden ging gedurende eeuwen enkel via één of ander postsysteem. Toen de eerste communicatie via elektrische stroom verliep, kon men echter spreken van een heuse revolutie. Het belangrijkste punt hierbij was de snelheid.

Deze eerste vorm is de elektrische telegrafie, uitgevonden in 1843. Een elektrische stroom wordt in een bepaald patroon onderbroken en weer ingeschakeld. Men ontwikkelde daar de Morse voor. Een tekst wordt in code overgeseind en aan de ontvangstkant weer ontcijferd en op schrift gesteld en daarna als telegram bezorgd aan de geadresseerde.

Deze vorm vereiste afstandslijnen, die veelal langs dat andere moderne communicatiemiddel, de spoorweg waren aangelegd. Met de ontdekking van radiogolven ontstond ook de draadloze radiotelegrafie. De telegraaf via elektrische stroom was een enorme uitvinding, en deze effende het pad
voor een nog belangrijkere ontdekking, namelijk de telefonie. Nu werd immers de stem gedragen door de elektrische stroom.

De uitvinding is toe te schrijven aan Antonio Meucci en niet aan Alexander Graham Bell, zoals vaak beweerd wordt. Bell was wel de eerste om een patent aan te vragen, maar enige corrupte handelingen waren hem niet vreemd.

Een verdere ontwikkeling was de digitalisering van het telefonie netwerk wereldwijd waardoor ISDN en ADSL mogelijk werd. Een betrekkelijk nieuw fenomeen is VoIP (Voice over Internet Protocol).

Met VoIP worden mogelijkheden als video-, spraak-, data en multimedia werkelijkheid en integratie van software en hardware is niet meer tegen te houden.

telefonie